Erfbewoner aan het woord: Danny Vandenberk

Mensen die graag schrijvers in hokjes plaatsen, zouden hun handen vol hebben aan Danny Vandenberk, want zowel kortverhalen, poëzie als romans vloeien vlotjes uit zijn pen. Soms bespeelt hij een gevoelige snaar, een vleugje drama is nooit ver af, vunzigheid schuwt Danny ook al niet, maar ook de lachspieren laat hij niet onberoerd. In alles wat hij schrijft, schemert een enorme liefde voor schrijven door. Maar lezen? Nee, daar houdt hij zich liever niet te veel mee bezig.

“Als ik begin te schrijven, ratel en kraak ik, associeer ik en valt elk gevoel van tijd en ruimte weg. Plots ontstaan er gevoelsgedichten, nostalgische teksten of dubbelzinnige vunzigheden en soms hele romans.”

Wat schrijf je zoal?

Alles. Ik hou van schrijven, typen, teksten afdrukken, de geur van papier, de inkt, balpennen… Van alles wat met schrijven te maken heeft. Het is een fascinatie. Begin 2019 kreeg ik de diagnose ASS (autismespectrumstoornis). Ondertussen had ik die diagnose zelf al gesteld in mijn eerste boek (Ik ben, mijn pen is), met op de cover een pen, gemaakt uit een asperge en verwijzend naar het Syndroom van Asperger. Mensen die anderen graag in hokjes plaatsen, verklaren mijn schrijfstijl door mijn autisme. Zelf hoef ik niet zo nodig alles te verklaren.

Als ik begin te schrijven, ratel en kraak ik, associeer ik en valt elk gevoel van tijd en ruimte weg. Plots ontstaan er gevoelsgedichten, nostalgische teksten of dubbelzinnige vunzigheden en soms hele romans. Alles kan. Mijn lezerspubliek is gevarieerd. Kwieke dames van tachtig vallen soms voor mijn sporadisch sentimentele gedichten, kopen een boek en lachen zich daarna krom (als ze dat al niet waren, met alle respect) met mijn schunnige levensverhalen. Of omgekeerd. Al zou ik niet meteen weten wat je moet omkeren. Ah ja, stoere, hardrockende lezers die plots beseffen dat ze ook een zacht kantje hebben en in alle stilte een heel klein beetje fan worden van mijn gevoelspoëzie.

“Lezen doet me denken aan de dood. Ik leef pas als ik zelf kan schrijven en creëren.”

Heb je altijd al willen schrijven?

Mijn moeder heeft zo’n anekdote over mijn kleutertijd. Op een dag was ik even ‘verdwenen’. Na een tijdje zoeken zag ze hoe onder de toiletdeur volgeschreven wc-papier kwam piepen. Typisch.

Vanaf het moment dat ik een balpen kon vasthouden, zat ik te schrijven. Ik schreef hoe ik speelde, noteerde scores, getallen, verslagen… Ik genoot er ook van om teksten over te schrijven en toen ik een jaar of tien was, schreef ik korte verhaaltjes.

Op school was ik een stille, brave jongen, maar toch heb ik ooit tien bladzijden straf gekregen. Waarom weet ik niet meer. Wel weet ik nog dat ik ervan genoot en dat de leraar achteraf zei dat hij nog nooit zo’n netjes geschreven strafwerk had ontvangen. Later schreef ik verjaardagsgedichtjes voor familieleden en collega’s en allerlei verslagen en tekstjes, altijd humoristisch. Op een bepaald moment schreef ik zelfs een roddelkrantje.

“Als iemand een boek van me leest, vind ik dat telkens weer een klein wonder.”

Je schreef sinds 2018 vier boeken. Dat is bijzonder productief! Ik neem aan dat je heel vaak aan je schrijftafel zit? Kan je wat meer zeggen over je schrijfroutines?

Nee, want die heb ik niet. Ik schrijf als ik daar zin in heb en wanneer de omstandigheden het toelaten. Met een groot gezin is dat niet altijd evident. Daarbij moet mijn hoofd ook nog vrij zijn van grote zorgen. Het lijkt me nochtans super om routine te kunnen inbouwen. Ik ben een fervent aanhanger van routine en gewoontes.

Vertel eens wat meer over je laatste boek, ‘Mandus, in ’s helsnaam’.

Mandus is een droom en een nachtmerrie. Ik begon eraan in een opwelling. Zonder plan. Qua cursiefjes en kortverhalen werkt dat voor mij perfect, maar voor een roman is de tijdsspanne te groot. Mentaal erg opslorpend. Doe ik nooit meer. Over het resultaat ben ik bijzonder fier. Omdat het fictief is, anders dan wat ik gewend was in mijn verhalenbundels, maar tegelijkertijd vanaf de eerste zin herkenbaar qua schrijfstijl.

Mandus was het boek dat ik moest schrijven. Voor mezelf. Alhoewel, dat geldt voor al mijn boeken. Ik denk dat een schrijver altijd in de eerste plaats moet schrijven voor zichzelf. Als je je gaat afvragen wat een lezer leuk gaat vinden, ben je fout bezig en verdwijnt naar mijn gevoel de ware passie.

Je gebruikt veel humor en speelt graag met taal. Je wordt zelfs vergeleken met Herman Brusselmans.

Voor mij begint en eindigt schrijven met humor en ‘taalspelen’. Jezelf te serieus nemen is uit den boze. Ik lach en spot liefst met mezelf, maar ook met anderen. Er is absoluut geen bedoeling om te kwetsen, maar de kleine kantjes van de mens zijn de leukste om te beschrijven. Op taalvlak roepen woorden andere woorden op, nieuwe gedachten, ik associeer constant. Als dat balletje aan het rollen gaat, ontstaat er meestal een soort woordenlawine. De essentie van mijn schrijven.

De naam Herman Brusselmans valt inderdaad af en toe. Mensen catalogeren graag en dat is hun goed recht, maar ik word niet graag vergeleken met anderen. Herman Brusselmans is, zoals hij zelf o zo vaak beweert, een groot schrijver. Enkele decennia geleden las ik een deel van zijn oeuvre en af en toe lag ik in een deuk, maar soms verveelde hij me ook. Ik ben geen lezer. Zijn publieke optredens vind ik geinig, al is dat uiteraard maar een rolletje. In serieuze interviews merk ik dat we qua persoonlijkheid veel raakvlakken hebben. Zeker als hij spreekt over zijn angsten en zwakheden.

Mogen we nog meer boeken van je verwachten in de toekomst?

Ik vrees van wel. Ik kan me niet inhouden.

“Ik begon aan mijn roman Mandus in een opwelling. Zonder plan. Mentaal erg opslorpend. Doe ik nooit meer!”

Wat lees je zelf graag? Waar haal je je inspiratie?

Ik besnuffel en betast boeken wel eens. Heel soms lees ik daarbij een klein fragmentje. Hooguit een bladzijde. Nooit meer. Al lezend voel ik me nutteloos. Mijn concentratie valt regelmatig weg en al snel lijkt het alsof ik mijn tijd verdoe. Lezen doet me denken aan de dood. Ik leef pas als ik zelf kan schrijven en creëren. Inspiratie ontstaat achter het scherm. Al mijmerend over het leven, al associërend. Een schrijfvondst of woordspeling noteer ik tussendoor op mijn smartphone (‘ s nachts) of in een notitieboekje (overdag).

Heb je nog andere hobby’s dan schrijven?

Ik wandel. Koken doe ik ook graag en bijna dagelijks, maar verwacht geen culinaire hoogstandjes. Daar ben ik veel te onhandig voor. Het geeft voldoening als de kinderen en mijn vrouw het lekker vinden. Sinds kort bak ik ook brood. Televisiekijken vind ik ook nog steeds leuk. Ook daar zeker niet altijd kwaliteitsprogramma’s. Gedoseerde marginaliteit is vaak veel boeiender.

Stel dat je één boek zou mogen kiezen om mee te nemen naar een onbewoond eiland. Welk boek zou dat zijn?

Geen enkel. Bij gebrek aan elektriciteit zou ik een typemachine, een paar kilometer schrijflint en enkele paletten schrijfpapier meenemen en stockeren in een zelf gebouwd (en dus gammel) schuurtje.

Waarom heb je je aangemeld voor Boekenerf?

Ik ben geen massamens en waarschijnlijk ’s werelds slechtste verkoper. Als iemand een boek van me leest, vind ik dat telkens weer een klein wonder. Lezerscontact en feedback vind ik heerlijk. Daar kan ik werkelijk van genieten, maar liefst in heel beperkte kring. De afstand tussen schrijver en lezer hoeft helemaal niet zo groot te zijn. Dat past perfect in de filosofie van Boekenerf. Voor mij mogen daar, in de mate van het mogelijke, ook bezoekjes aan gekoppeld worden, voor lezers die dat zouden willen.

Is er nog iets dat je kwijt wil?

Mijn neiging naar het extreme, mijn talrijke angsten en mijn occasionele drankzucht. Dat zal het, op het eerste gezicht, zo ongeveer zijn.

Lees hier meer over Danny en zijn boeken.



Gepubliceerd door Leen Raats

Leen Raats is copywriter, schrijver, storyteller, ghostwriter en eindredacteur.

One thought on “Erfbewoner aan het woord: Danny Vandenberk

Geef een reactie