Erfbewoner aan het woord: Steven Van Der Heyden

Voor Steven Van Der Heyden is poëzie een manier om houvast te vinden in een onzekere wereld, om mensen dichter bij elkaar te brengen. Taal als social nearness, als antigif voor de social distance. Daarnaast geeft Steven ook vorm aan schilderijen, keramiek en glascreaties. Zowel in taal als beeld streeft hij soberheid in vorm na, om zo tot de ware essentie te komen.

“Met mijn gedichten probeer ik de horizon te verlengen en de bodem uit de dagen te halen. Ik ben dus een zoeker en in die zin altijd onderweg. Taal geeft vaak richting en net zoals schoonheid kan ze een grote troost zijn.”

Wat betekent schrijven voor jou?

Ik tracht met taal de wereld te lezen, een wereld die zo nu en dan wat wringt. Met mijn gedichten probeer ik de horizon te verlengen en de bodem uit de dagen te halen. Ik ben dus een zoeker en in die zin altijd onderweg. Taal geeft vaak richting en net zoals schoonheid kan ze een grote troost zijn. Het is ook een belangrijke manier om in relatie tot de ander te treden. Simone De Beauvoir zegt het zo mooi: ‘Niemand wordt zichzelf alleen’. Dus taal als social nearness, want er is momenteel al genoeg distance. Ik schrijf voornamelijk poëzie, ook al flirt ik eens graag met het kortverhaal of een blogartikel.

Hoe is het voor jou allemaal begonnen?

In mijn vroege puberteit deden enkele taalleerkrachten een literair vlammetje ontwaken. Ik las toen al heel graag en hield een boekje bij met woorden die ik mooi vond, waar ik zo nu en dan enkele regels rond schreef.

Op latere leeftijd werden dit strofes en gedichten en onder impuls van enkele dichters begon ik mee te doen aan wedstrijden en zo was de bal aan het rollen. Woorden hielpen me om betekenis te geven en gaven me houvast. Daarnaast is schrijven ook een manier om gehoord te worden natuurlijk.

“Je kan de dichter niet loskoppelen van de mens.”

Je bent palliatief thuisverpleegkundige. Hebben je professionele ervaringen een invloed op je schrijfwerk?

Heel zeker, de dichter kan je niet loskoppelen van de mens. Om poëzie te schrijven laat ik me raken, ‘Tout commence par une interruption’ zei Paul Valéry en dan is mijn professionele omgeving een grote inspiratiebron. Je wordt er geconfronteerd met alle mogelijke diepmenselijke thema’s en laat dat nu mijn favoriete thematiek zijn… Soms geeft het rechtstreeks aanleiding tot het schrijven van een gedicht, zoals ‘Palliatief’, dat ondertussen al een Engelse, Spaanse en Franse vertaling kreeg. Ook het gedicht ‘Anorexia’ is hier een voorbeeld van.

Kan je wat meer vertellen over ‘Tot ze koud is’, je meest recente boek?

Het is een dialoog tussen mezelf en mijn poëtische compagnon de route, Luc C. Martens, waarin we de (on)voorspelbare kronkelwegen van de liefde in beeld trachten te brengen. Ook de verhouding van het ‘ik’ tot de vrouw staat centraal.

Ik leerde Luc C. Martens kennen in de cultuurloft in Gent in februari 2017 en we vonden elkaar terug bij Wisper tijdens het poëzieatelier met Roel Richelieu Van Londersele. Tijdens zijn stadsdichterschap schreef Luc een serie liefdesgedichten bij koffieschilderijen van kunstschilder Jesse Van Gompel (Deinze) en ik schreef gedichten waarin – vooral de verloren – liefde niet ver weg was.

Naast de menselijke klik kwam ook de poëtische klik en de idee om een duobundel te percipiëren met de liefde als thema. Hierbij gingen we met onze eigen complementaire poëtica een duet aan om jeugdige, onbezonnen, verloren en verdorven liefdes te bezingen. Er werd geschaafd en weggegooid, er werd gekoesterd en bijgeschreven. We componeerden vier cycli van tien gedichten, waarbij de warme liefde over de cycli heen evolueert ‘Tot ze koud is’.

Mogen we nog meer boeken van je verwachten?

Momenteel werk ik aan een manuscript voor een volgende poëziebundel, met als werktitel ‘Tussen pols en vezel’. Het zal een soort blauwdruk worden van een leven in de 21ste eeuw. Noem het gerust een document humain… Ik hoop het ergens volgend jaar rond deze periode aan mijn uitgever te bezorgen.

“Net zoals mijn poëzie is mijn beeldend werk een streven naar soberheid in vorm. Uitpuren om zo tot de kern te komen, de wezenlijke essentie.”

Je combineert schrijven met beeldend werk. Ik zie mooie schilderijen, keramiek en glascreaties op je website, waaruit een sterk oog voor detail blijkt en de natuur een belangrijke inspiratiebron lijkt?

Net zoals bij poëzie is mijn beeldend werk een streven naar soberheid in vorm. Uitpuren om zo tot de kern te komen, de wezenlijke essentie. Net zoals poëzie schrijven heel veel schrappen is.

Camus zei het al: ‘Créer, c’est vivre deux fois’. Ook voor mij vormt het proces tot creëren, de schoonheid en de eenvoud, een tegengif voor de dagelijkse rauwheid. Woord en beeld zijn voor mij evenwaardige onderdelen van dezelfde taal en een onlosmakelijke inspiratiebron voor elkaar.

Wat lees je zelf graag? Waar haal je inspiratie?

Ik lees graag romans. Enkele favoriete schrijvers zijn Daisy Johnson, Peter Terrin, Leïla Slimani, Virginia Woolf en Erwin Mortier. En natuurlijk lees ik graag poëzie. Zo lees ik heel graag Menno Wigman, Marc Tritsmans, Rutger Kopland, Anna Achmatova, Kate Tempest en Charlotte Van den Broeck.

Stel dat je één boek zou mogen meenemen naar een onbewoond eiland…

The Bell Jar van Sylvia Plath.

Heb je nog andere hobby’s dan schrijven en kunst creëren?

Ik hou van reizen, koken en eindeloze wandelingen.

Wat trok je aan in Boekenerf?

Ik was meteen gewonnen voor het concept omdat het een manier is om als schrijver in contact te komen met je lezers en iets terug te doen via een kleine attentie en persoonlijke boodschap. Je leert ook weer andere schrijvers kennen en zij leren jou kennen. Ik hou van een no-nonsense aanpak, het plaatje klopt!

Lees hier meer over Steven en zijn werk



Gepubliceerd door Leen Raats

Leen Raats is copywriter, schrijver, storyteller, ghostwriter en eindredacteur.

Geef een reactie