Erfbewoner aan het woord: Johan Simons

Johan speelt graag met taal en laat zichzelf daarbij niet tegenhouden door vormelijke beperkingen – integendeel: hij leeft helemaal op binnen genres als haiku’s, senryu’s en puntgedichten. Hij integreert graag een vleugje erotiek en humor in zijn werk, en schrijft over voor poëzie onconventionele onderwerpen zoals sport. En bij al deze taaluitingen verliest hij zijn doel geen moment uit het oog: zijn lezer bij het nekvel grijpen.

“Zoveel mogelijk zeggen in zo weinig mogelijk woorden en als het kan de lezer midscheeps raken, dat blijft de uitdaging.”

Je schrijft onder meer haiku’s, senryu’s en puntgedichten. Mag ik hieruit concluderen dat strikte (vormelijke) ‘beperkingen’ voor jou als een motor voor creativiteit werken?

Je zegt strikte, maar zet ‘beperkingen’ gelukkig tussen aanhalingstekens. Voor mij vormen een paar regeltjes immers helemaal geen beperking, geen korset dat de creativiteit beknot. Ik vergelijk het wel eens met een voetbalwedstrijd. Je kan een zootje spelers het veld opsturen en ze gewoon wat laten begaan. Dat kan heel leuk zijn, vandaar dat ik ook soms vrij vers schrijf, dat aan geen enkele regel gebonden is. Maar wat als je zegt: we spelen met 11 tegen 11 gedurende 90 minuten en je mag de bal niet met de handen aanraken? Dan krijg je een bepaalde structuur, een bepaalde spanning die stimuleert. Ik geloof niet dat je vorm en inhoud van een gedicht uit elkaar kan halen. Ze zijn één en versterken elkaar. Ik beschouw mezelf trouwens in de eerste plaats als een taalspeler en stoei tegenwoordig ook enthousiast met het elfje, het rondgedicht, de zandloper én de vrije vorm. Vaak kort dus, want zoveel mogelijk zeggen in zo weinig mogelijk woorden en als het kan de lezer midscheeps raken, dat blijft de uitdaging.

“Klassieke haiku’s vertrekken meestal vanuit een natuurimpressie, terwijl ik ze net graag verbind met de vrouw, met erotiek en met humor. Voor mij is de senryu een moderne interpretatie van de Japanse haiku, de popsong van de poëzie.”

Om eerlijk te zijn: ik had nog nooit van senryu’s gehoord. Als ik het goed begrijp, gaan senryu’s bij uitstek over de onvolmaaktheden van de mens, terwijl haiku’s eerder de volmaaktheden van de natuur beschrijven.

Labels liggen mij niet zo, ik interpreteer die genres op mijn eigenwijze wijze. Ik hou meer van ‘bastaardvormen’ dan van enge purismen. Klassieke haiku’s vertrekken meestal vanuit een natuurimpressie, terwijl ik ze net graag verbind met de vrouw, met erotiek en met humor. Voor mij is de senryu een moderne interpretatie van de Japanse haiku, de popsong van de poëzie.

Met ‘How your legs are today/Hoe jouw benen zijn vandaag’ schreef je een bundel sportsenryu’s. Is dat een genre dat je hiermee hebt uitgevonden?

Ik zou het niet weten. ‘Inhoudelijk’, als we dat al kunnen scheiden, kan werkelijk alles en iedereen mij inspireren. Eigen gevoelens en gedachten, de medemens, een boek, een foto, een song, een film, de natuur, een actueel krantenartikel dat ik een tijdloze draai probeer te geven… Dus waarom ook niet de sport (die ik vooral als lichamelijk en zintuiglijk aanvoel, zodat de opstap naar de liefde niet zo hoog is). Haiku’s en senryu’s zijn zo kort dat je ze twee keer zou moeten voorlezen. Dat vind ik nogal geforceerd en daarom vertaal ik ze nu in het Engels.

Voor de bundel ‘Uit jouw ogenblik’ schreef je poëzie bij foto’s van Sabine Schrayen. Kan je haar stijl beschrijven, wat jou zo in die beelden aantrekt en wat ze in je losmaken? Vertrok je altijd vanuit een foto voor jouw gedichten, of werkte het ook weleens andersom, dat zij een foto maakte bij jouw werk?

Ik kan onze samenwerking best omschrijven als een kruisbestuiving. Ik weet bij god niet meer welk gedicht uit die tweede bundel startte met het woord en welk met het beeld. Ik zou de foto’s van Sabine omschrijven als romantisch en nostalgisch. Ze vertrekt vanuit de mens en de emotie die iemand oproept tegen de achtergrond van de natuur. Een vleugje mystiek is haar niet vreemd, terwijl ik toch wat meer werelds schrijf. Maar in het dromerige vinden we elkaar. Ik denk dat we elkaar aanvullen als oude vrienden, zoals Don Quichot en Sancho Panza, droom en realiteit, emotie en techniek onlosmakelijk verbonden zijn.

“Ivoren torens zijn er om gesloopt te worden en gezelschap om op te zoeken.”

Ik lees in je bio dat films, boeken en popmuziek je dada zijn. Kan je wat voorbeelden geven? In welke mate heeft dit een invloed op je poëzie?

Je favoriete regisseurs, auteurs en muzikanten noemen is als kiezen tussen je kinderen. Een onmogelijke opgave dus. Een top 10 wordt al gauw een lijst van 500 (al heb ik slechts 2, even fantastische kinderen). Maar in het kader van de ‘island records’, waarbij ik slechts werken van 1 regisseur, 1 prozaschrijver, 1 dichter en 1 muzikant zou mogen meenemen naar een al dan niet bewoond eiland – je ziet, ik kan zelfs niet selecteren binnen hun oeuvre – zaten Alfred Hitchcock, John Irving, Herman De Coninck en David Bowie zeker mee in het bootje. Hitch voor de psychologische benadering van een spannend genre, Irving voor de subversie binnen de familiale conventies, De Coninck voor de heldere gelaagdheid en subtiele humor en Bowie voor het veelzijdige experiment.

Heb je nog andere hobby’s?

Ik mag mij graag voortbewegen in de natuur (wandelend, lopend of fietsend). De leraar in mij deelt graag cultuurtips met leerlingen, lezers op mijn Facebookpagina en Twitteraccount en op de vrije radio. Verder ben ik altijd te vinden voor een quiz, hard meezingen met goeie songs, lekker eten en drinken en (niet altijd even fijnzinnige) toogpraat.

Waarom heb je je aangesloten bij Boekenerf?

Een schrijver wil gelezen worden en daarom is elke vorm van promotie leuk meegenomen. Het is ook fijn om andere auteurs te ontmoeten, virtueel of in levende lijve. Ivoren torens zijn er om gesloopt te worden en gezelschap om op te zoeken. Dank je wel dus voor dit mooie initiatief!

Is er nog iets dat je kwijt wil?

Een hele stapel eitjes, die ik vrijwel dagelijks per stuk leg in de vorm van kleine gedichten en wie weet ooit verhalen of een roman (dat wordt dan het struisvogelei).

Ontdek meer over Johan op zijn persoonlijke pagina



Gepubliceerd door Leen Raats

Leen Raats is copywriter, schrijver, storyteller, ghostwriter en eindredacteur.

2 gedachten over “Erfbewoner aan het woord: Johan Simons

Geef een reactie