Erfbewoner aan het woord: Christina Guirlande

Ze omschrijft zichzelf als iemand die altijd bezig moet zijn. Dat blijkt absoluut ook uit haar palmares, waarop we niet minder dan 64 boeken – nummer 65 is in de maak – en honderden gepubliceerde gedichten en verhalen terugvinden. Wanneer Christina Guirlande haar pen even te rusten legt, glijden haar vingers over het toetsenbord van haar piano of neemt ze het potlood of penseel op om tekeningen en aquarellen te maken. Kortom: een bezige bij voor wie creëren een tweede natuur is.

“Ik ben iemand die altijd bezig moet zijn. Gewoon niets doen brengt mij aan het piekeren. Bovendien gaat al wat rust aan het roesten en dat probeer ik met alle macht te verhinderen.”

Je debuteerde in 1968 en bracht al meer dan zestig boeken uit. Een rijk gevulde carrière. Schrijf je nog altijd met evenveel zin als in die beginjaren? Waar blijf je de zin, drive en inspiratie vandaan halen?

Behalve dat aantal boeken (nr. 65 is ‘in wording’: een lijvige roman) werden er ook honderden gedichten en verhalen gepubliceerd in tijdschriften, omnibussen en bloemlezingen. Ik ben iemand die altijd bezig moet zijn. Gewoon niets doen brengt mij aan het piekeren. Bovendien gaat al wat rust aan het roesten en dat probeer ik met alle macht te verhinderen. Inspiratie is er altijd genoeg te vinden wanneer men de natuur observeert, de mensen in hun omgang met elkaar, de kinderen, de dieren, enz. Wat ik wel vaststel: ik ben trager geworden in het schrijven en ik ben vlugger moe. Toch al ergens beginnend roest?

Christina tijdens de proclamatie van de laureaten van de Soetendaellewedstrijd van Jeugd en Poëzie, in 1995.

Je schrijft heel veel voor kinderen en jongeren. Dat begon, lees ik in je biografie, met verhalen voor je eigen leerlingen. Je was ook een van de eerste jeugdauteurs in Vlaanderen die over de Derde Wereld schreven. Vormt dat sociaal engagement voor jou een sterke drijfveer?

Ik gaf les aan twaalfjarigen, aan de Oefenschool van de Normaalschool (nu ‘Lerarenopleiding’), waar ik zelf gestudeerd had in het verplichte internaat. Elk schooljaar eindigde met een optreden, en voor mijn klas schreef ik verhalen, kindergedichten en toneelstukjes. Bijna al die teksten werden gepubliceerd in de Uitgaven van de Goede Pers, Averbode.

Dat ik de eerste zou geweest zijn die over kinderen in Derde Wereldlanden schreef las ik tot mijn verbazing in een lexicon over Vlaamse jeugdliteratuur. Ik ben er zeker van dat er vóór mij al over Derde Wereldlanden geschreven werd in Vlaanderen, bv. door Fr. Boschvogel, pseudoniem van Frans Ramon, al was het dan niet over actuele toestanden, wat ik wel deed. Ik schreef over Bolivia, waar we enkele pleegkinderen hadden die nu allang volwassen zijn en hun weg in het leven hebben gevonden, over Haïti waar een vriendin-verpleegster werkte, over het toenmalige Joegoslavië waar ik een nichtje had wonen. Zij bezorgden mij informatie uit de eerste hand om mijn verhalen aan de werkelijkheid te toetsen.

Christina speelt ook vaak en graag piano.

“Ik schreef over Bolivia, waar we enkele pleegkinderen hadden die nu allang volwassen zijn en hun weg in het leven hebben gevonden, over Haïti waar een vriendin-verpleegster werkte, over het toenmalige Joegoslavië waar ik een nichtje had wonen. Zij bezorgden mij informatie uit de eerste hand om mijn verhalen aan de werkelijkheid te toetsen.”

Je andere grote liefde is poëzie. Je bracht heel wat bundels uit, ontving meerdere bekroningen en in 2016 was je stadsdichter van Dendermonde. Wat hield je stadsdichterschap exact in en hoe beviel dat?  

Mijn eerste gedichten werden gepubliceerd toen ik dertien was, in het tijdschrift ‘Wij, de Jongeren’. De eerste eigen dichtbundel verscheen in 1968, onder de titel ‘Triptiek’, bij de toenmalige uitgeverij Saeftinge. Het stadsdichterschap van Dendermonde in 2016-2017, was een heel bijzondere ervaring. Het was het resultaat van een samenwerking tussen de Marnixring en het stadsbestuur. De opdracht bestond in het schrijven van twaalf gedichten, die een plaats kregen in de historische stadskern, én een extra gedicht over Prudens Van Duyse dat bij zijn standbeeld werd geplaatst.

Er werd een bundel met deze dertien gedichten uitgegeven, verlucht met eigen pentekeningen. De bundel begeleidde de poëtische stadswandeling die door de toeristische dienst was uitgestippeld en die heel wat belangstellenden lokte, zelfs uit het buitenland. Voor deze stadsgedichten ontving ik de vierjaarlijkse Prudens Van Duyseprijs. Al bij al een onvergetelijke tijd!

Eén van Chistina’s gedichten in Dendermonde, waar ze in 2016-2017 stadsdichter was.

“Zie tegenslagen niet als het einde van je schrijversdroom. De wonderen zijn de wereld nog niet uit en wanneer je jong bent is alles mogelijk!”

Verschillende van je teksten werden op muziek gezet. Kan je daar wat meer over vertellen? Ga je in je poëzie bewust op zoek naar muzikaliteit?

De teksten van heel wat gedichten voor kinderen werden op muziek gezet door verschillende toondichters. Die liedjes worden nog geregeld gezongen door kinderkoren. Voor onze kinderliedjes ontvingen toondichter Geert van der Straeten en ik de Karel Bouryprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde. Ook uit mijn poëziebundels voor volwassenen werden talrijke teksten getoonzet. Soms stuurt een toondichter mij een partituur, met de vraag om er een tekst bij te schrijven.

Ik kreeg ook de opdracht om voor een jeugdmusical te zorgen: het verhaal, de dialogen, de liedjesteksten. Het werd een avondvullend stuk: ‘Hommeles!’, eveneens getoonzet door toondichter Van der Straeten. Voor hem schreef ik ook het tweede deel van zijn Rwanda-oratorium voor orkest, groot gemengd koor, vier solisten en een voordrachtstem. Dit indrukwekkend werk werd onder grote belangstelling uitgevoerd in o.a. het Lemmensinstituut te Leuven, de OLV-kerk te Kortrijk (van waaruit het werd uitgezonden op de klassieke radiozender), het Casino-Kursaal te Oostende, de basiliek van Koekelberg, enz. Er werd ook een dubbele CD van geperst.

Ritme en klemtoon zijn zeer belangrijk in de muziek, en volgens mij ook in de poëzie. Wanneer het ritme, de muzikaliteit niet gerespecteerd wordt, sputtert het gedicht. Omgekeerd kan muziek ook een inspiratiebron zijn voor poëzie. Zo schreef ik onlangs gedichten bij het vijfdelige werk voor piano  ‘Metamorphosis’ van Philip Glass.

Christina toen ze in het eerste leerjaar zat.

In je biografie lees ik dat je je pseudoniem vond in een jeugdboek van Beatrijs Vermeyen – op je dertiende, notabene! Je noemt het ‘een jeugdzonde waar je levenslang voor boet’. Had je dan liever onder een ander pseudoniem of je eigen naam geschreven?

Het zit zo: om te vermijden dat mijn ouders in ‘Wij, de Jongeren’ mijn gedichten zouden vinden had ik de schuilnaam Christina Guirlande onder mijn inzendingen geschreven. De naam ‘Guirlande’ had ik gevonden in het boek ‘Sabinneke’ van Beatrijs Vermeyen, uitgegeven bij het Davidsfonds. Ik koos er de voornaam ‘Christina’ bij omdat die er beter bij paste dan mijn eigen voornaam.

In principe mochten mijn ouders wel lezen wat ik schreef, ik hoefde mij nergens voor te schamen, maar ik had het toch liever niet. In die tijd werd er maar weinig over gevoelens gepraat in de gezinnen. Ik was naar het schijnt een ernstig en soms zwaarmoedig kind. Een gevolg van de kinderjaren tijdens de oorlog, vermoed ik. Mijn zus en ik hadden ook voor ons jongere broertje te zorgen omdat mama veel ziek was.

Met de jaren ondervond ik dat die schuilnaam dikwijls verkeerd werd en wordt gelezen en uitgesproken: Gwierlande, Guirlande (met de ui-klank van bv. in het woord buiten), ofwel dacht of denkt men dat het mijn tweede voornaam is! Maar het vervelendste is die handtekening. Daar had ik als dertienjarige nooit aan gedacht. Bovendien wist ik toen nog niet of er van die schrijversdroom ooit iets zou terechtkomen. Op boekvoorstellingen of bv. op de Boekenbeurs te Antwerpen signeer ik met mijn schuilnaam.

Die handtekening zit soms zo stevig in mijn vingers dat ik die ook spontaan onder officiële documenten zet, met alle gevolgen vandien.
Dat zou ook met een ander pseudoniem gebeurd zijn. Onder mijn echte naam schrijven kwam en komt zeker niet in aanmerking. Ik hou het maar bij Christina Guirlande, ook al valt het al eens voor dat een vervanger van onze trouwe postbode de briefwisseling op mijn schuilnaam niet wil bezorgen ‘omdat die persoon niet bestaat’!

Auteurs van een zekere leeftijd vinden nog moeilijk een uitgever. Een vriend dichter-essayist vertelde mij enkele dagen geleden dat de uitgeverij, die jarenlang werk van hem had uitgegeven, geen nieuw werk meer wil. Ook twee andere auteurs waren door de uitgeverij ‘afgevoerd’. Reden: de leeftijd!

Welke tips zou jij geven aan jonge mensen die willen schrijven?

Eerst en vooral veel lezen, om een grote woordenschat op te bouwen. Zichzelf blijven, modes en trends gaan toch voorbij. Zeker geen andere, eventueel favoriete auteur willen nabootsen. Niet te vlug tevreden zijn en niet bang zijn om te schrappen of te herbeginnen. Tegenslagen niet als het einde van de schrijversdroom zien. De wonderen zijn de wereld nog niet uit en wanneer je jong bent is alles mogelijk!

Ook tijdens het tekenen en schilderen kan Christina haar creatieve ei kwijt.

Je speelt ook piano en maakt schilderijen. Creativiteit neemt blijkbaar een grote plaats in je leven in?

Ik mocht van mijn ouders pianolessen volgen in het internaat en daar zal ik ze eeuwig dankbaar voor blijven. Het was één van mijn dromen om later ook pianiste te worden, maar ik daverde van de zenuwen bij optredens voor mijn medestudentinnen! Wanneer men vandaag een geslaagd gedicht heeft geschreven is het morgen en overmorgen nog altijd een geslaagd gedicht. Wanneer men vandaag perfect op een instrument speelt kan het de volgende dag immers op een fiasco uitdraaien… Die onzekerheid vond ik maar niets. Ik speel nu piano voor mijn plezier, zonder stress!

In de Oefenschool van datzelfde instituut, waar ik na mijn studies benoemd werd, hadden we een volledig Orff-instrumentarium. Wat hebben we met die instrumenten muziek gemaakt in mijn overvolle klas, die elk schooljaar een 35-tal leerlingen telde!

Tekenen en schilderen, nog zoiets. Heerlijk ontspannend vind ik dat. Terwijl ik daarmee bezig ben kan ik mijn gedachten de vrije loop laten. Meestal komt er dan ook inspiratie voor het schrijven, zonder tijdverlies. En komt er echt niets dan heb ik tenminste een nieuwe tekening of een aquarel.

Heb je nog andere hobby’s?

Toch wel: lezen, wandelen – het liefst in bosgebieden – , onze poes verwennen, de rozen in onze tuin verzorgen en van hun kleuren en geuren genieten, enz.

Christina’s rozentuin.

Waarom heb jij je aangesloten bij Boekenerf?

Ik zie Boekenerf als een kans om een ander publiek te bereiken en om het werk van collega’s te leren kennen. Ook omdat er zoveel veranderd is in de uitgeverswereld. Vroeger stuurde men een manuscript naar een uitgeverij, en wanneer na een positief antwoord het contract getekend werd, was je van alle zorgen vanaf.

Over formaat, papiersoort, het kiezen van de eventuele illustrator, lay-out, enz. besliste de uitgever. In die contracten stond o.a. ook duidelijk vermeld dat het de auteur verboden was zijn/haar boeken zelf op de markt te brengen!

Verschillende van mijn boeken werden meerdere keren herdrukt. Van sommige titels werden 25.000 en zelfs 35.000 exemplaren verkocht. Een auteur kan als particulier dit aantal nooit aan de man brengen. Een vertegenwoordiger van de uitgeverij bezocht boekhandels, bibliotheken en scholen. Op boekvoorstellingen moest men voor de verkoop een boekhandel aanspreken. Nog volgens die contracten kreeg de auteur 10 gratis presentexemplaren en werd het honorarium op de verkochte boeken van het vorige jaar ten laatste in maart uitbetaald, ofwel ontving men bij verschijnen van het boek een forfaitair bedrag. Om de publicatie te promoten verschenen er recensies in de vaktijdschriften Lectuurgids en Boekengids, en voor de kinder- en jeugdboeken was er de Jeugdboekengids.

Nu vraagt men voor de verspreiding van een boek vooral de inzet van de auteur en dat is niet altijd eenvoudig te realiseren. Sommige auteurs zoeken daarom hun heil in uitgaven in eigen beheer, wat naast (vooral financiële) nadelen ook voordelen heeft: men beslist zelf over druk, oplage, illustraties, enz.

Is er nog iets dat je kwijt wil?

Jawel, namelijk dit: auteurs van een zekere leeftijd vinden nog moeilijk een uitgever. Een vriend dichter – essayist vertelde mij enkele dagen geleden dat de uitgeverij, die jarenlang werk van hem had uitgegeven, geen nieuw werk meer wil. Ook twee andere auteurs waren door de uitgeverij ‘afgevoerd’. Reden: de leeftijd!

Ik ken collega’s jeugdauteurs die depressief zijn omdat ook zij om die reden niet meer meetellen. Zo ver wil ik het niet laten komen. Ik heb de periode meegemaakt waarin men jeugdauteurs ‘mislukte schrijvers’ noemde, waarin een recensent beweerde: ‘de Vlaamse jeugdauteur is gemiddeld 52 jaar, onderwijzer en bewusteloos’, en waarin schrijvers voor volwassenen met minachting op hen neerkeken.

Ze waren daarbij vergeten dat, wanneer er geen jeugdauteurs zijn die de jongeren de lust tot lezen bijbrengen, zij later geen lezers hebben! Het is immers niet zo dat iemand, die als kind nooit graag las, op zijn achttiende zegt: nu ben ik meerderjarig, nu begin ik met het lezen van poëzie en romans.

Dus, leve de jeugdauteurs! Leve alle schrijvers, jonge en minder jonge!

Meer weten over Christina en haar boeken? Bekijk dan hier haar persoonlijke pagina.




Gepubliceerd door Leen Raats

Leen Raats is copywriter, schrijver, storyteller, ghostwriter en eindredacteur.

3 gedachten over “Erfbewoner aan het woord: Christina Guirlande

  1. Ik heb dit met veel interesse gelezen! Het is verwonderlijk dat oudere jeugdschrijvers niet aan de bak komen. Maar ja de jeugd kent nog nauwelijks Streuvels enz. Wat kun je er aan doen? Je gewoon aan ergeren.

    1. Bedankt voor je reactie, Annie. Ik vind het ook bijzonder jammer wat Christina zegt over die oudere jeugdschrijvers. Het is helaas zo in alle beroepen, dat mensen van een ‘bepaalde leeftijd’ – en dat begint in veel beroepen al vanaf een jaar of 50 – moeilijker aan de bak komen. Als individu kan je er helaas inderdaad enkel maar boos van worden, hoewel…

      Je zou ook zelf op zoek kunnen gaan naar manieren om oudere schrijvers te helpen. Door hun werk te promoten, bijvoorbeeld. Zoals ik doe met Boekenerf, voor zowel oudere als jongere schrijvers. Door een lezing te organiseren – buiten coronatijden dan – of berichten over ‘vergeten’ schrijvers op je sociale media, website, … te schrijven.

      Uitgevers volgen altijd de markt. En de markt, dat zijn wij! Als die ‘oude’ schrijvers plots weer hip worden en veel verkopen, dan zullen uitgevers hen minder snel laten vallen. Ze zouden wel gek zijn.

Geef een reactie