Erfbewoner aan het woord: Edith Oeyen

Dat Edith Oeyen haar weg naar Boekenerf vond, hoeft niet te verbazen. Ze schrijft niet enkel zelf poëzie, verhalen en essays, maar besteedt ook veel tijd aan netwerken met andere schrijvers, het opzetten van wedstrijden, lezingen, workshops en evenementen. Een schrijver die anderen helpt om hun schrijversdroom waar te maken? Dat past helemaal bij de filosofie van Boekenerf. Tijd om Edith eens aan de tand te voelen.

“Ik begon met schrijven toen ik acht jaar was. Ik was een verlegen en nogal bang meisje. Op weg naar school moest ik langs een klein bos passeren. Ik verdreef mijn angst door liedjes te verzinnen en die heel luid te zingen. Ik noteerde de teksten en zo ben ik blijven schrijven.”

Vertel eens wat over jezelf, Edith!

Ik ben iemand die steeds iets om handen moet hebben: schrijven, helpen organiseren,… Ik wil er niet aan denken ouder te worden zonder creativiteit. Bezig zijn houdt me jong. De sociale contacten zijn ook zeer belangrijk voor mij.

Ik associeer jou in de eerste plaats met poëzie, maar je schrijft ook andere dingen. 

Ik schrijf vooral poëzie, maar ook verhalen en essays, kindermusicals en toneelstukken voor verenigingen, meestal korte stukken die een kwartier tot half uur opvoeringstijd vragen. Ik schrijf ook weleens teksten op vraag. Zo kan je een gedicht van mij vinden op het kerkhof van Heppen, in Leopoldsburg aan het Columbarium, en in het directeurspark in Beringen. Voor ‘Tour Elentrik’ in Beringen werden twee van mijn gedichten op elektriciteitskastjes geplaatst.

Het is steeds fijn te vernemen dat mensen mijn gedichten waarderen en gebruiken. Zo heeft iemand me laten weten dat hij werk van mij gebruikt bij afscheidsplechtigheden. Iemand anders zag een gedicht van mij hangen op het kerkhof Campo Santo en stuurde me een foto door. Daar was ik zeer blij mee.

“Schrijven is steeds een rode draad geweest in mijn leven.”

Edith met overleden vriend en dichter Paul Frison.

Je bent ook op heel wat andere manieren met literatuur bezig.

Schrijven is steeds een rode draad geweest in mijn leven. Meer dan vijfentwintig jaar werkte ik samen met literaire uitgeverijen. Zo heb ik honderden auteurs mogen ontmoeten en meer dan tweehonderd bundels en boeken gelay-out. Ik legde ook contacten met Boek.be en drukkers.

Regelmatig gaf ik lezingen in scholen rond het thema ‘Hoe schrijf ik een gedicht’. Daarnaast gaf ik lezingen voor verenigingen. Vaak werd ik gevraagd als jurylid, zowel bij wedstrijden voor volwassen als voor kinderen.

Zo ijverde ik in de jaren tachtig voor een literaire wedstrijd in Beringen. In eerste instantie om de twee jaar voor het beste jeugdboek en om de twee jaar de poëzieprijs voor de jeugd. Deze wedstrijden bewezen hun nut, maar zijn inmiddels helaas afgevoerd.

Ook begeleidde ik 15 jaar lang een poëziegroep voor kinderen. De Kabouterpennetjes kwamen om de twee weken bij mij thuis samen om te schrijven. Ik herinner me nog dat we meededen aan een wedstrijd in Genk, waarbij de kinderen alle prijzen mee naar Beringen brachten.

Ik schreef essays over verschillende onderwerpen, zoals ‘Kinderen zijn een brug naar de hemel’, waarin ik het over het religieuze aspect in jongerenpoëzie heb. Ook drie kindermusicals pende ik neer, samen met Eddy Timmermans, die voor de muziek zorgde. Vele boekbesprekingen van mijn hand verschenen in literaire tijdschriften, zoals Plinius, Oostland, ’t Kofschip en Vlaanderen. 

Wanneer ontdekte je je passie voor schrijven?  

De passie voor poëzie en schrijven is me doorgegeven langs vaderskant. Mijn vader schreef weleens een gedicht, net zoals twee van zijn broers. Een andere broer schreef kinderverhalen. Het is een passie die je steeds drijft om de pen te nemen. Het begon toen ik acht jaar was. Ik was een verlegen en nogal bang meisje. Op weg naar school moest ik langs  een klein bos passeren. Ik verdreef mijn angst door liedjes te verzinnen en die heel luid te zingen. Ik noteerde de teksten en zo ben ik blijven schrijven.

Om zo productief te zijn, moet je een zekere discipline aan de dag leggen. Is het bij momenten moeilijk om tijd vrij te maken om te schrijven?

Dat is steeds een uitdaging geweest. Toen ik jonger was en de kinderen nog thuis woonden, gingen mijn schrijfsessies meestal ’s avonds door. Mijn man had van de zolderruimte een mooie kamer gemaakt waar ik rustig kon zitten om te schrijven en te lezen. Eenmaal de kinderen in bed lagen, ging ik naar die kamer. Daar kon ik ontspannen en vloeiden de woorden uit mijn pen. Met de tijd is dit veranderd, nu schrijf ik meestal ’s morgens vroeg, en wanneer er tijd rest ga ik in de namiddag of ’s avonds weer zitten en schrijf ik neer wat me bezig houdt.

De tijd dat ik ’s nachts alles noteerde is ook gepasseerd. Belangrijk vind ik dat er muziek opstaat, meestal licht klassiek of instrumentaal. Een tentoonstelling inspireert me bijvoorbeeld ook. Soms moet ik mezelf afremmen omdat ik vind dat het te veel wordt.

“Ik ben dankbaar ben dat ik steeds heb kunnen doen wat ik graag doe.”

Je bent ook voorzitster van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers. Wat doen jullie exact en wie kan lid worden?

In 1983 vroeg men mij om bestuurslid te worden van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers (KVLS), wat ik met een zekere schuchterheid aanvaardde. Maar zoals het spreekwoord zegt: ‘Al doende leert men’. Al na korte tijd werd ik redactielid van het tijdschrift Oostland en kreeg ik de taak om een jongerenrubriek uit te werken. We organiseerden poëzie- en tekenwedstrijden, die meer dan 500 inzendingen deden binnenstromen.

Sinds 2000 ben ik voorzitter. Momenteel organiseren we jaarlijks een aantal literaire activiteiten. In maart hebben we ons literair ontbijt, in april onze literaire bloesemwandeling, die is voortgevloeid uit de literaire wandelingen aan de mijnterrils. We hebben onze jaarlijkse uitstap naar een stad of tentoonstelling, literaire avonden in juni, september, november en in december onze Stilteavond. En dan ook nog onze Algemene Vergadering.

Tevens organiseren we schrijfsessies voor onze leden, meestal om de zes weken. Ook zijn we uitgever van het Tijdschrift Oostland en de Limburgse Monografieën, deze staan onze leiding van Jan Gerits. Op vraag van onze leden helpen we hen ook graag met de uitgave van een boek.

Als vereniging namen we samen deel aan verschillende tentoonstellingen. Ik denk aan de tentoonstelling in de bibliotheek van Leopoldsburg, waar iedere schrijver een rubriek kreeg, zoals een sneldichter, een dichter bij de rubriek bloemen, bij de rubriek wijn en eten,… Op Gedichtendag werken we samen met anderen, dat kan een bibliotheek zijn of een andere organisatie, de laatste twee jaren met dia-evocatie en tentoonstelling in de bibliotheek in Hasselt. In Beringen hielden we een aantal jaren geleden een fakkeltocht met poëzie in het straatbeeld, en ook in Tongeren waren we al van de partij.

Edith (links) bij de opening van de Tentoonstelling WOI IN WOORD EN BEELD in het casino in Beringen, samen met Jeannette Funk (rechts), secretaris van de KVLS.

Je geeft regelmatig lezingen. Wat maakt dat voor jou zo waardevol?

Lezingen bieden je de mogelijkheid om contact te leggen met je lezers. Het is een mooie kans die je als schrijver krijgt om te peilen naar de behoefte van de mensen, en de verbinding tussen auteur en lezer aan te gaan. Meestal laat ik de aanwezigen nadien vragen stellen en daaruit distilleer ik dan iets om verder te schrijven, iets wat leeft onder de mensen. Ik denk even aan de lezing die ik gaf in de kerk in Koersel naar aanleiding van de verbindingsdagen, daar stond ik echt perplex van de opkomst en de reacties.

Heb je nog andere hobby’s?

Natuurlijk heb ik nog andere hobby’s, soms zijn mijn dagen te kort. Ik hou heel veel van tuinieren, spijtig genoeg word ik ouder en lukt het me niet meer zo goed. Maar ook zingen doe ik graag. Ik ben aangesloten bij twee zangkoren, dat geeft me ook veel voldoening, niet alleen het zingen, maar ook de onderlinge vriendschap.

Waarom doe je mee met Boekenerf?

Omdat ik dit een prachtig initiatief vind. Ook, moet ik eerlijk toegeven, omdat ik zelf soms te weinig tijd heb om zelf zoiets op poten te zetten. Ik ben daar dankbaar voor.

Is er iets dat je nog graag wilt zeggen, iets dat voor jou belangrijk is?

Dat ik dankbaar ben dat ik steeds heb kunnen doen wat ik graag doe: schrijven, kinderen begeleiden en lezingen geven.

Waar en hoe kunnen mensen je volgen?  

Mensen kunnen me volgen op Facebook en via mijn site, maar die is al een tijd niet meer geüpdatet, ik moet er dringend werk van maken.

Meer weten over Edith en haar werk? Kijk dan eens op haar persoonlijke pagina!



Gepubliceerd door Leen Raats

Leen Raats is copywriter, schrijver, storyteller, ghostwriter en eindredacteur.

One thought on “Erfbewoner aan het woord: Edith Oeyen

Geef een reactie