Wat zilver, wat goud, wat plagiaat en wat staat (gastblog van Danny Vandenberk)

Spreken is zilver. Schrijven is goud. Een edelmetaal voor een edel ambacht met taal. Stijl is belangrijk. Een eigen stijl, of het gebrek eraan. Qua ritme en lenigheid ben ik lichamelijk houteriger dan eender welke dansvloer, maar duw mij een balpen of een toetsenbord in mijn poten en dan leid ik elke dans, wals ik wulps met woorden, laat ik saaiheid swingen, dartel ik raadselachtig met gedachten, verken ik het onbereikbare en zwier ik sexy met mijn ziel. Geniaal met taal, veel te genitaal of gewoonweg geschifte geschriften… Ach, ik kan beter mijn paperback houden over mezelf en liever wat liefdevol veralgemenen.

Over schrijven valt veel te schrijven. Overschrijven is plagiaat. Hoe het komt weet ik niet, maar in mijn kindertijd dacht ik dat ‘plagiaat’ ook een soort edelmetaal was. Hoe fout kan je zijn?!

Schrijvers zijn eigenzinnig. Ze bedenken hun eigen regels (sinds corona hanteer ik zelf minstens tussenregel 1.5), willen altijd het woord, krijgen vaak hun zin en voeren geen klap uit in het huishouden, tenzij misschien af en toe de inhoudstafel dekken. Ze denken soms hun hoofd stuk over een nieuw hoofdstuk of verzinnen plots plots. Je hebt ze in alle soorten, maten en gewichten. Fictieschrijvers zijn wellicht wereldvreemde eenzaten die zich constant afzonderen en zij die zich bezighouden met non-fictie staan vaker midden in de maatschappij.

Ook de graad van commercialisering schommelt. Auteurs slingeren vaak ergens tussen kunst en koopmansgeest. Het hangt er maar van af welk (letter)type je bent. Ogenblikje, ik haal even een lekker potje Vitalinea voor ik aan de volgende alinea begin. Mijn natuurlijk en fruitig moment van plezier, al doe ik het vooral voor de zachte textuur. Genieten!

Geniet, gebonden of gelijmd… Bindingsangst is de auteur vreemd. Schrijvers zijn trouwe rakkers. De behoefte om ook nog eens aan een nieuw hoofdstuk te beginnen in zijn of haar privéleven ontbreekt of is al volledig bevredigd in de wereld van inkt. Dat is alvast mijn eerste indruk. Een eerste indruk hoeft niet per se wetenschappelijk onderbouwd te zijn, hoor. De uitgever kan dat eventueel corrigeren in de tweede indruk en het als een klein succesje ervaren.

Verhalenschrijvers zijn innovatief, grensverleggend en fantasierijk, anderen komen ermee weg om twee keer min of meer hetzelfde te schrijven. Talentalent. Zoiets. Heb je ‘m?

Waar plaats ik mezelf in dat schrijverswereldje? Alles begint en eindigt met perceptie. Toen ik als kind een nieuwe fiets kreeg van mijn ouders nadat ik had leren rijden zonder zijwieltjes, was ik door het dolle heen, vooral omdat ik voor het eerst een hulpstukje had om mijn tweewieler netjes te parkeren. ‘Ik heb een staander!’ riep ik trots. ‘Ik heb een staander!’

‘Nou en?’ reageerde de pornoacteur laconiek. Voor hem was het de gewoonste zaak van de wereld. Dagelijkse kost. Een levenswijze bijna. Voor mij is schrijven dat ook: een levenswijze, de gewoonste zaak van de wereld.


Over de auteur van deze blog

Danny Vandenberk (°29/06/1972) is geboren met een pen in de hand. Zijn schrijfstijl is uniek: humoristisch, vlot, speels en doorspekt met absurde associaties en wonderbaarlijke woordspelingen. Danny de dubbelzinnige is een taaltalent, een woordgoochelaar en een letterjongleur. Zijn boeken raken je gevoelige snaar, toveren een glimlach op je gezicht of doen je huiveren, maar onberoerd laten ze je nooit.

Ontdek Danny’s werk

Gepubliceerd door Leen Raats

Leen Raats is copywriter, schrijver, storyteller, ghostwriter en eindredacteur.

Eén opmerking over 'Wat zilver, wat goud, wat plagiaat en wat staat (gastblog van Danny Vandenberk)'

Geef een reactie