Photo by Annie Spratt on Unsplash

Het was weer een van die nare nachten waar geen einde leek aan te komen.

Mijn hele lichaam was geladen, elke vezel stond strak gespannen wanneer ik de lome warmte van mijn bed verliet en geluidloos naar het toilet sloop.

Maar geluiden zijn niet als geuren, het vergde tijd om er niemand mee wakker te maken vooral vader niet. Mijn huid was te dun voor zijn woorden die me doorzeefden, om vermorzeld te worden door zijn blik en daarna opgeslokt te worden door de stilte die daar altijd op volgde.

De verdomde kou hield me in haar wurggreep. Ook al leek mijn lijf niet meer van mij toch wist ik elke krakende trede, ieder los zittend stukje parket te omzeilen.

Ik voelde me een nachtdier dat alles observeerde, alert om de dreiging op afstand te houden, des te voelbaarder wanneer ik net voor de ouderlijke slaapkamer mijn afslag nam.

In de badkamer volgde mijn opluchting, voor even want ook het plassen moest geluidloos. Het dambordmotief van de tegelvloer staarde me klinisch aan en weerspiegelde de gedachte dat ik dit niet als mijn enige leven kon accepteren. Dat gevoel om alleen binnenskamers te bestaan met mijn angst voor hem als een onneembare grens.

Terug in bed worstelde ik me hoger de kussens in, mijn tijdelijke schuilhoeken. Toch kon ik de slaap niet vatten wanneer ik dacht aan wat er eerder die dag gebeurde, zonk iets in mij, mijn moed, maag of hart?

Ik zat zoals elke zaterdagmiddag op de kruk voor het aanrecht aardappelen te schillen toen een plotse luchtverplaatsing me naar de andere hoek van de keuken slingerde.

Half verdwaasd en naar adem happend, zag ik vader als een kwaadaardige schaduw boven mij opdoemen. Instinctief dook ik weg in mijn schort en begreep meteen dat de stekende pijn in mijn zij veroorzaakt werd door zijn schoen. Ik schraapte me bij elkaar en telde af, enkel nog bewogen door mijn hartslag. De grond zoog me langzaam op.

Ik had het kunnen weten dat vader mijn rapport vroeg of laat ging vinden en daarmee ook mijn onvoldoende voor aardrijkskunde en Frans.

Uit angst voor wat er ging volgen en om weer maar eens als domme gans versleten te worden, had ik het stilletjes onder een stapel papieren gemoffeld die op zijn bureau lagen. Ach de betekenis onder de gebaren.

Moeder zweeg en keek me koud aan, altijd weer die passieve afkeuring van haar.

Haar woorden “je moet je maar gedragen zoals het hoort” lagen als sluipschutters op de loer in mijn hoofd.

Veroordeeld tot weer één van die valse nachten, lag ik dus in bed met mijn honger als gezelschap.

Maar deze keer stond mijn besluit vast, ik ging mijn honger rekken tot ik geen verzet meer voelde in mezelf. Mijn manier om greep te krijgen op mijn leven, om mijn verdriet en schaamte te verdoven.

Niemand wist dat ik daar trouwens al een tijdje mee bezig was, niemand zag ooit wat je verpakte.

Wat ik letterlijk verpakte, mijn boterhammen gaf ik iedere middag weg aan Lena, mijn beste schoolvriendin. Verdwijnen doe je altijd beter in volle zicht.

Toch had ik een lichaam dat stand hield en Lena die nooit de vrolijkheid geloofde waarmee ik mezelf saboteerde, nooit de tegenstrijdigheden geloofde waarin ik verstrikt raakte.

Zij hielp me opnieuw mijn blik naar buiten te richten, leerde me dat thuis meer gelegen was in mensen dan in plekken. Dat we in onze plattegrond van genen aan elkaar hingen als los zand waarin mijn kindertijd beetje bij beetje verdween.

Gelukkig resten van die plek nu nog enkel de woorden en heel af en toe de dromen die zich als een nauw laken om me heen spannen.

(c) Steven Van Der Heyden


Over de auteur van deze blog

Steven Van Der Heyden (Gent, 1974) is palliatief thuisverpleegkundige en tracht met taal de wereld te lezen. Het is zijn oorsprong en bestemming of zijn manier om een plek te vinden in een wereld die hem niet helemaal past.

Gedichten van hem verschenen in Vlaamse en Nederlandse literaire magazines o.a. in Het Gezeefde Gedicht, Meander, Tijdschrift Ei, De Vallei, Ballustrada, Extaze en Liter. In 2017 was hij deelnemend dichter aan het internationaal kunstenfestival Watou. In 2018 werd hij genomineerd voor de Melopee poëzieprijs.

Ontdek Stevens werk